Als advocaat onderwijsrecht beheersen wij de regels van het onderwijsrecht. Wij kunnen u als advocaat onderwijsrecht helpen conflicten binnen uw onderwijsinstelling te voorkomen en op te lossen. Daarnaast kunnen wij ook u als leerkracht bijstaan wanneer sprake is van een probleem met uw werkgever. In het onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs. Leerkrachten in het openbaar onderwijs zijn ambtenaar. Dit geldt natuurlijk ook voor het ondersteunend personeel. Zij zijn werkzaam op basis van een eenzijdige aanstelling. Onderwijzend en ondersteunend personeel in het bijzonder onderwijs hebben een civielrechtelijke rechtsverhouding met hun werkgever en zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

 

Binnen het onderwijsrecht gelden er verschillende routes voor ontslag.  

 

Ambtenaar/leerkracht

Bij een ontslag van een ambtenaar is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er dient dan eerst een voornemen tot een besluit te worden genomen. Nadat de ambtenaar zijn zienswijze heeft kenbaar gemaakt, kan een besluit worden genomen. Tegen dit besluit staat de mogelijkheid van bezwaar open. Vervolgens wordt er een beslissing op bezwaar genomen. Tegen deze beslissing staat beroep open bij de bestuursrechter (de rechtbank) en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Hier is dus nog sprake van controle achteraf of wel repressieve toets door de rechter.

 

Werknemer/leerkracht

Tot  1 juli 2015 gold er voor de werknemer/leerkracht ook een toets achteraf bij de Commissie van Beroep. Per 1 juli 2015 valt de werknemer/leerkracht onder de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Dit betekent dat een ontslag voor een leerkracht in het bijzonder onderwijs sinds 1 juli 2015 loopt via het UWV of de kantonrechter.

Onder de WWZ moet het schoolbestuur voor een ontslag van een leerkracht toestemming vragen aan het UWV wanneer sprake is van een bedrijfseconomische reden of langdurige ziekte (artikel 7:669, lid 3, onder a en  b, juncto artikel 7:671a BW). Bij cao kan een commissie worden aangewezen, die in plaats van het UWV, de toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens het vervallen van arbeidsplaatsen, geeft (artikel 7:671a, lid 2 BW).

In de UWV-procedure heeft de werknemer/leerkracht twee weken de tijd om verweer te voeren. Er is geen sprake van een zitting. De grond voor ontslag moet door de werkgever voldoende kunnen worden onderbouwd en er moet worden vastgesteld dat herplaatsing binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Als de toestemming wordt verleend kan de arbeidsovereenkomst, binnen vier weken, met inachtneming van de opzegtermijn worden opgezegd.

Bij de overige in artikel 7:669 BW genoemde ontslaggronden dient het schoolbestuur ontbinding te vragen bij de kantonrechter voor een ontslag. De werknemer/leerkracht kan schriftelijk verweer voeren en er wordt een zitting gepland.  Als de grond voor ontslag voldoende is onderbouwd en de werknemer/leerkracht, al dan niet met behulp van scholing, niet herplaatst kan worden in een andere passende functie, dan kan de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Hierbij houdt hij rekening met de opzegtermijn.

 

Instemming of wederzijds goedvinden

Als de werknemer/leerkracht instemt met de opzegging of partijen met wederzijds goedvinden het dienstverband beëindigen zijn genoemde procedures niet nodig.

 

Transitievergoeding en wachtgeldregeling

Sinds 1 juli 2015 heeft een werknemer/leerkracht met een dienstverband van tenminste 24 maanden bij ontslag recht op een transitievergoeding. In het onderwijs gelden er wachtgeldregelingen op basis van een cao. Indien de oude cao na 1 juli 2015 nog van kracht is, blijft deze op grond van de overgangsregeling WWZ gelden tot de einddatum van de cao, doch uiterlijk tot 1 juli 2016. De wachtgeldregeling in deze cao gaat dan voor op de transitievergoeding. Dit betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is, als er aanspraak is op wachtgeld, voortvloeiend uit deze cao. Zodra er een nieuwe cao wordt afgesloten voor de periode na 1 juli 2015 dan ontstaat er ook voor deze werknemers/leerkrachten recht op een transitievergoeding, tenzij een nieuwe cao een gelijkwaardige voorziening geeft.

 

Onderwijsrecht

Het onderwijsrecht is een eigen en complex rechtsgebied dat specifieke deskundigheid en ervaring vereist. Er zijn afzonderlijke regels voor het primair onderwijs (PO), het voortgezet onderwijs (VO), het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (MBO), het hoger beroepsonderwijs (HBO), de universiteiten en de sector onderwijsdienstverlening.  Er is daarnaast een onderscheid tussen het onderwijzend personeel (OP), zoals leerkrachten/onderwijzers en leraren/docenten, en het onderwijsondersteunend personeel (OOP), zoals remedial teachers, onderwijsbegeleiding, administratief personeel en conciërges. De regels voor het onderwijs zijn neergelegd in specifieke wet- en regelgeving en in de diverse cao’s. Als advocaat onderwijsrecht kunnen wij u als schoolbestuur of u als leerkracht bijstaan om op basis van deze wetgeving de juiste beslissingen te nemen.

 

Contact

Neemt u gerust vrijblijvend contact met ons op. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 030 – 75 393 75 of 06-51103786  of via info@vvadvocatuur.nl