Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren: welke veranderingen komen er voor uw organisatie?

 

De Eerste  Kamer heeft op 8 november 2016 ingestemd met het wetsvoorstel voor de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (hierna ook: Wnra). Er zullen nog allerlei andere wetten en regelingen aangepast moeten worden voordat de wet in werking kan treden. Dit zal dus nog enige tijd in beslag nemen. Het betekent wel dat overheidsinstanties zich hierop moeten gaan voorbereiden. Welke veranderingen komen er voor uw organisatie?

 

Hieronder wordt een en ander uiteengezet over de nieuwe wet. Indien uw organisatie geïnformeerd wil worden over de veranderingen, dan is het mogelijk een workshop te organiseren binnen uw organisatie. U kunt hiervoor contact opnemen met Van Vliet Advocatuur & Mediation, tel. 06-511 03 786 of per mail: info@vvadvocatuur.nl.

 

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)

 

De Wnra wijzigt de bestaande Ambtenarenwet. Met de Wnra wordt beoogd de rechtspositie van ambtenaren grotendeels gelijk te trekken met die van werknemers.
De eenzijdig vastgestelde ambtelijke aanstellingen worden vervangen door tweezijdige arbeidsovereenkomsten. Op het moment dat de Wnra in werking treedt worden de vóór dat tijdstip verleende aanstellingen van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst.

 

Ambtenaar in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet is degene die krachtens arbeidsovereenkomst met een overheidswerkgever werkzaam is.

 

Overheidswerkgevers in de zin van de Wnra zijn:

 

a. de Staat;
b. provincies;
c. gemeenten;
d. waterschappen;
e. openbare lichamen voor beroep en bedrijf;
f.  andere openbare lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is toegekend;
g. Europese groeperingen voor territoriale samenwerking met een statutaire zetel in Nederland;
h. overige krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen; en
i. andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag waarbij de uitoefening van dat gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt.

 

Een overheidswerkgever sluit volgens de Wnra geen arbeidsovereenkomst met:

 

a. degenen benoemd in het ambt van een eenhoofdig bestuursorgaan of als lid van een orgaan of college dat onderdeel uitmaakt van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon (mits niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een ander bestuursorgaan);
b. rechterlijke ambtenaren, deskundige leden, militaire leden (in de zin van de Wet op de rechterlijke organisatie), en hun plaatsvervangers, en rechterlijke ambtenaren en (senior) gerechtsauditeurs bij de Centrale Raad van Beroep (in de zin van de Beroepswet) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (in de zin van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie) ;
c. militaire en burgerlijke ambtenaren (in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931);
d. dienstplichtigen (in de zin van de Kaderwet dienstplicht);
e. notarissen en gerechtsdeurwaarders en hun waarnemers (in de zin van de Wet op het Notarisambt c.q. de Gerechtsdeurwaarderswet);
f. ambtenaren van politie (in de zin van de Politiewet 2012).

 

Het aantal ambtenaren dat onder de Wnra valt wordt dus enerzijds uitgebreid en anderzijds ingeperkt. De uitbreiding ontstaat omdat werknemers van verschillende zelfstandige bestuursorganen en rechtspersonen met ‘openbaar gezag’, straks ambtenaar zijn volgens de Wnra. Hieronder valt onder meer het personeel van De Nederlandsche Bank, de Sociale Verzekeringsbank en het UWV (zie verder hieronder categorie 3).

 

Voor de ambtenaren die niet onder de Wnra vallen, zoals rechterlijke, militaire en politie ambtenaren, zullen afzonderlijke wetten en rechtspositieregelingen bestaan (zie verder hieronder categorie 2) . Zij blijven wel ambtenaar maar op hen is de nieuwe Ambtenarenwet niet van toepassing. Dit betekent dat er onder de nieuwe wetgeving, naast werknemers buiten de overheid, drie soorten ambtenaren bestaan. Deze drie soorten ambtenaren worden hieronder beschreven. De gevolgen van de nieuwe wetgeving zullen per organisatie verschillend zijn.

 

In de nieuwe Ambtenarenwet worden onder meer regels gesteld ten aanzien van:

 

– integriteit en gedragscode (artikel 4);
– eed en belofte (artikelen 5 en 7);
– nevenwerkzaamheden (artikelen 5 en 8);
– werkzaamheden met een bijzonder risico van (financiële) belangenverstrengeling (artikel 5);
– een procedure voor het omgaan met bij een ambtenaar levende vermoedens van misstanden binnen de organisatie (artikel 5);
– het zich gedragen als een goed ambtenaar, niet-naleving geldt als tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (artikel 6);
– deelneming aan aanneming en levering diensten, bezit van financiële belangen (artikel 8);
– het als ambtenaar (zonder toestemming) aannemen van giften, vergoedingen, beloningen en beloften of het vragen hierom (artikel 8);
– de plicht tot geheimhouding (artikel 9);
– de beperking van het openbaren van gedachten of gevoelens, het recht van vereniging, vergadering en betoging (artikel 10);
– onderzoek aan lichaam of kleding of zijn aanwezige goederen (artikel 11);
– vertrouwensfunctie (artikel 12) en (zeer) geheime gegevens (artikel 13).

 

Drie categorieën ambtenaren:

 

Op het  moment dat de Wnra in werking treedt, naar verwachting per 1 januari 2020, is er sprake van drie categorieën ambtenaren.

 

Categorie 1: Ambtenaren in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet, (nu) met arbeidsovereenkomst

 

Deze ambtenaren zijn werkzaam bij ministeries (met uitzondering van het Ministerie van Defensie), gemeenten, provincies, waterschappen, rijksdiensten, veiligheidsregio’s, het openbaar onderwijs, academische ziekenhuizen, de ggd, personeel van rechtbanken (met uitzondering van rechters). Ten aanzien van deze categorie geldt:
–    op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wet wordt de eenzijdige aanstelling van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst, het burgerlijk wetboek (in het bijzonder titel 10 van boek 7 BW) is dan van toepassing;
–    van de arbeidsovereenkomst maken deel uit de op dat moment ten aanzien van de ambtenaar bestaande beslissingen, afspraken, toezeggingen inzake arbeidsvoorwaarden, waar onder in ieder geval: de duur van het dienstverband, de bezoldiging, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten;
–    juridische procedures, zoals ontslagprocedures, lopen dan niet meer via de bestuursrechter maar via de burgerlijke rechter;
–    er zullen cao’s afgesloten moeten worden, in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De bestaande rechtspositieregelingen gaan gelden als cao.

 

De bijzondere regels zoals opgenomen in de Wnra (zoals integriteitsvoorschriften, zie hiervoor) zijn van toepassing. De regels, zoals vastgelegd in eenzijdige rechtspositie regelingen, zoals ten aanzien van de bezoldiging, disciplinaire straffen, bovenwettelijke uitkeringen, doorbetaling van loon na twee jaar ziekte, blijven bestaan, zolang met de vakbonden niet anders wordt overeengekomen.

 

Categorie 2: Ambtenaren ‘oude stijl’, die hun ambtelijke aanstelling behouden op basis van wet en regelgeving, maar niet vallen onder de nieuwe Ambtenarenwet

 

Dit betreft ongeveer 20% van de huidige ambtelijke organisaties. Deze categorie valt niet onder de nieuwe Ambtenarenwet en behoudt de huidige eenzijdige aanstelling. Onder deze categorie vallen rechterlijke ambtenaren, politie, burger en militair personeel bij het Ministerie van Defensie. Ten aanzien van deze categorie geldt:
–    deze ambtenaren behouden een eenzijdige aanstelling en daarop blijft de Algemene wet bestuursrecht van toepassing;
–    de bestuursrechter blijft bevoegd om over de besluiten te oordelen, geschillen lopen dus niet via de burgerlijke rechter;
–    hoewel de nieuwe Ambtenarenwet ten aanzien van deze ambtenaren formeel niet van toepassing is, zullen de daarin opgenomen verplichtingen en regels (zoals bijvoorbeeld ten aanzien van integriteit) toch (blijven) gelden. In de wetten waarin de rechtspositie van deze ambtenaren wordt geregeld, zal de nieuwe Ambtenarenwet op die punten van overeenkomstige toepassing worden verklaard.

 

Categorie 3: Werknemers die nu nog geen ambtenaar zijn, maar dat wel worden onder de nieuwe Ambtenarenwet, met behoud van een arbeidsovereenkomst, en met de nieuwe regels in de Wnra

 

Zelfstandige bestuursorganen; krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen en andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag, hetgeen de kerntaak van de rechtspersoon is, vallen onder de nieuwe Ambtenarenwet.

 

Hierdoor zullen meer werknemers ambtenaar worden en onder het bereik van de nieuwe Ambtenarenwet vallen. Dit geldt voor de werknemers van onder meer De Nederlandsche Bank, de Sociale Verzekeringsbank, UWV, TNO, Staatsbosbeheer, de Stichting Autoriteit Financiële Markten, het CBR, Cultuurfondsen, de Stichting Vervangingsfonds en de Stichting Participatiefonds. Ten aanzien van deze categorie geldt:
–    de medewerkers krijgen de ‘status’ van ambtenaar, maar behouden een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
–    de regels in de nieuwe Ambtenarenwet, zoals onder andere de integriteitsvoorschriften e.d. (zie hiervoor), worden van toepassing;
–    indien er in bestaande arbeidsovereenkomsten en cao’s afwijkende voorschriften voorkomen, zullen deze zo nodig moeten worden aangepast aan de nieuwe Ambtenarenwet.

 

 

Conclusie

 

Kortom, er komen drie categorieën ambtenaren. De nieuwe Ambtenarenwet is op twee categorieën (rechtstreeks) van toepassing (hiervoor categorie 1 en 3). Deze ambtenaren vallen onder de bijzondere regels voor de ambtenaar in de nieuwe Ambtenarenwet, maar hebben wel een arbeidsovereenkomst. Het burgerlijk wetboek, in het bijzonder titel 10 van Boek 7 BW, is van toepassing. De derde categorie is de ambtenaar ‘oude stijl’ (hiervoor categorie 2). Deze ambtenaar behoudt de eenzijdige ambtelijke aanstelling, maar valt niet onder de nieuwe Ambtenarenwet. De Algemene wet bestuursrecht blijft van toepassing. De nieuwe Ambtenarenwet wordt deels van overeenkomstige toepassing verklaard.

 

Afhankelijk van de categorie waaronder uw organisatie valt, vinden er veranderingen plaats in de rechtspositie van het personeel. Er zal de nodige kennis moeten worden vergaard om de veranderingen soepel te laten verlopen. Van Vliet Advocatuur & Mediation kan u daarbij helpen. U kunt vrijblijvend contact opnemen via telefoonnummer 06-511 03 786 en per mail: info@vvadvocatuur.nl.